MISSELIJKMAKEND

Ik kijk bijna nergens meer van op maar vanmorgen las ik een bericht op teletekst waardoor ik dit wél deed.

Het stond er echt. Ik was eerst verwonderd maar dat maakte al snel plaats voor kwaadheid. Een verlate 1 aprilgrap misschien, maar ook als aprilgrap kan dit niet door de beugel.

Steeds kwader werd ik en ik dacht: ”Ben ik de enige soms?” Ik las geen verontwaardigde reacties op het nieuws en ook het journaal maakte er geen melding van. Misselijkmakend om mensen die van de gemiddelde norm afwijken zó af te wijzen en daardoor diep te kwetsen.

Denkt u daar even aan als u op 4 mei de zelfbenoemde ubermenschen van de Vereniging Erepeloton Waalsdorp de slachtoffers van het nazi regiem ziet herdenken. Maar niet alleen zij, ook de kijkers en het publiek dat zich niet meer hoeft te ergeren aan de erewacht waar ”dikke” mensen tussen staan-”omdat het afleidt, terwijl ze respect moeten uitstralen”- moeten zich de ogen uit de kop schamen.

Advertenties

PAARDENHOOFD

Dat er meer is tussen hemel en aarde, daar ben ik van overtuigd. Hoe dat komt? Wel, dat komt door Paul.
Op de lagere school kregen we van juf eens de opdracht om een paardenhoofd te tekenen. Ik kon absoluut niet tekenen. Huizen stonden scheef en mensen hadden eierhoofden die op een peervormige romp stonden. Daaraan zaten rechttoe rechtaan ledematen die leken op harken. Niks leek waar het op moest lijken. Zelfs lijken kon ik niet tekenen

Maar goed, ik zat dus in de klas en had geen idee hoe ik een paardenhoofd moest tekenen. Mijn klasgenootjes gingen aan de slag en zaten ingespannen met hun tong half uit de mond hun best te doen terwijl ik zat te piekeren. Ik probeerde zo nu en dan af te kijken bij Margriet, maar zij schermde haar paardenhoofd in wording af met haar hand. Margriet, met wie ik altijd leuk speelde in de pauze en die ik zelfs eens een zoen had gegeven bleek haar privacy ineens hoog in het vaandel te hebben nu het om een tekening ging.

Het was doodstil in de klas, je hoorde alleen het krassen van de potloden. Naarmate de tijd verstreek werd ik nerveuzer want er was natuurlijk een tijdslimiet aan deze opdracht verbonden. Paul die bij het raam zat en prachtig kon tekenen legde als eerste zijn potlood neer en ging demonstratief met de armen over elkaar naar buiten zitten kijken. Hij tekende vaak met houtskool en maakte in een handomdraai bossen met daarin leeuwen die zo echt leken dat je bang was dat ze uit het papier zouden stappen. Hij bracht diepte in zijn tekeningen door er zo nu en dan met zijn hand over te wrijven. Het eindresultaat was prachtig.

Ondertussen waren er meer kinderen die hun tekengerei neergelegd hadden. Het was een kwestie van enkele minuten voor de juf zou zeggen: ‘Zo, nu allemaal de potloden neerleggen, ik kom langs om te kijken hoe het geworden is.” Ik had nog steeds niets op papier en zat me suf te piekeren hoe ik in die luttele minuten iets van een paardenhoofd kon tekenen.
Ik weet niet hoe het u verging in zo’n heikele situatie, maar ik hoopte dan op een wonder. Dat er brand werd geroepen en we in allerijl de klas moesten verlaten. Geen leuke zaak maar alles was beter dan straks voor schut te moeten staan. Ik voelde me steeds benauwder worden en werd zelfs een beetje paniekerig. Diep van binnen begon ik om hulp te vragen en toen gebeurde het volgende:

Paul, de talentvolle tekenaar die al enige tijd naar buiten had zitten kijken stak plotseling zijn hand omhoog en zei: ”Juf, ik moet nodig plassen.” ”Ga maar even” zei de juf, ”maar gauw weer terugkomen.” Paul liep langs me heen en gaf in het voorbijgaan een duwtje met zijn hand tegen mijn arm die daardoor uitschoot. Ik schrok enigszins maar keek meteen naar het vel papier en wist niet wat ik zag. Er stond een paardenhoofd. Geen professionele maar het kon er zeker mee door. Een diep geluk stroomde door me heen waardoor ik vertrouwen kreeg om het karwei af te maken Ik voegde er een paar oren, ogen en neusgaten aan toe, dat aardig lukte. Het leek of mijn hand een beetje werd gestuurd. Even later kwam hij terug van het toilet en toen gebeurde er iets dat ik nooit zal vergeten. Hij gaf me in het voorbijgaan een glimlach met een vette knipoog. Vreemd, vriendjes waren we niet en een lach met een knipoog had hij me nog nooit gegeven. Kort daarna zei de juf: ”Allemaal de armen over elkaar, ik kom langs om te kijken hoe het geworden is.”
Paul kreeg terecht een groot compliment, en bij de anderen had ze zo af en toe een aan- of opmerking. Bij mij aangekomen zei ze: ”Een redelijk paardenhoofd al heb ik ze weleens beter gezien.” Het was geen groot compliment maar voor mij groot genoeg. Dankbaar keek ik even naar Paul en Hij keek terug.