ESTHER (DEEL3 SLOT)

Esther is best tevreden zo zonder kip noch kraai, kat noch hond en niet te vergeten kinderen. Voor dat laatste heb je een man nodig, normaal gesproken dan. Een mannenverslindster is ze niet maar ze heeft er wel een paar gehad. Daar waren interessante, leuke en aandoenlijke bij. Een paar vreemde zaten er ook tussen, zoals die ene die poppen verzamelde. Geen poppen uit verschillende landen of klederdrachten maar babypoppen.

Ze kan het zich nog goed herinneren

Nietsvermoedend belde ze bij hem aan en binnengekomen wist ze meteen ”ik wil hier zo snel mogelijk weer weg.” Er stonden overal poppen in de meest uiteenlopende formaten. ”Dit zijn mijn kindjes,” zei hij vertederd. Hij pakte een negerpopje en streelde het liefdevol over het kroeshaar. Ze verslikte zich bijna in haar koffie maar deed het echt toen hij haar zijn lievelingspop liet zien. Het was een vale pop met een ontbrekend neusje en een gehavend handje omdat het duimpje ontbrak.”Juist daarom vind ik haar zo lief omdat ze niet perfect is”

Een aangeboden tweede kop koffie weigerde ze subiet. Ze greep haar jas en snelde naar deur. ”Ga je nou al weg?” vroeg de poppenman, ”je hebt de rest van mijn verzameling nog niet gezien.” Maar Esther vond het welletjes en bedankte voor de koffie. In de auto proestte ze het uit en vroeg zich al proestend af wat dat zweepje aan de muur deed. Zou hij ze daar mee geselen als ze stout waren geweest?

Omdat alleen ook maar alleen is waagde ze maanden later een nieuwe poging. Op een datingsite ontmoette ze een aardige man, maar de man bleek een neurotische aandoening te hebben. Dat werd al snel duidelijk bij het eerste uitstapje naar de Ardennen. De koffers waren gepakt en ze vertrokken waarbij het haar opviel dat hij na de sleutel omgedraaid te hebben een paar keer aan de deur rammelde. ”Waarom doe je dat”? vroeg ze. ”Nou voor de zekerheid.” ”Oké,”dan kunnen we nu weg, ”zei ze beslist. Maar nog voor ze de hoek van de straat bereikt hadden wilde hij terug. ”Ik moet kijken of de deur wel écht dicht zit.” Ze reden terug en terwijl ze voor de deur wachtte duurde het deze keer wel erg lang.

Hij bleek niet alleen de deur te hebben gecontroleerd maar ook naar binnen te zijn gegaan om het gas te controleren of het echt uit was. Een kleedje met franje werd rechtgelegd en gekamd. Eindelijk op weg wilde hij wéér terug om te kijken of het kleedje nog steeds recht lag. Tevens vroeg hij zich af of hij het licht in de badkamer uitgedaan had. Toen hij de deur opnieuw dichtgetrokken had en gecontroleerd reden ze eindelijk weg. Het werd voor Esther een wat bewolkte vakantie dat niet aan het weer lag. Het was zonnig en de temperatuur wees 25 graden.

Na deze ervaringen is Esther blij weer alleen te zijn. Ze woont mooi, heeft een interessante baan, leuke hobby’s en een paar fijne vrienden. Je kunt niet alles hebben, weet ze uit ervaring maar wat ze heeft daar is ze gelukkig mee.

Wat wil een mens nog meer.

ESTHER (DEEL 2)

Ze stelde zich voor op de begrafenis van een neef. ”Aangenaam, mijn naam is Esther,” zei ze op gepast treurige toon waarbij ze een vleug optimisme niet kon onderdrukken omdat haar auto niet op water rijdt en de kachel moet blijven branden. Een eenzame vrouw, maar één die er niet onder gebukt gaat, stelde ik na een korte diagnose vast. Iemand die van mensen houdt, zelfs als die het tijdelijke voor het eeuwige hebben verruild.

”De één zijn dood is de ander zijn brood,” is nergens zo treffend als in dit beroep.

Het is duidelijk dat je in sommige beroepen moet acteren maar aan de andere kant lijken veel beroepen op het lijf geschreven van degene die het uitoefent. Ik reed eens langs een bouwplaats en kon me totaal niet voorstellen dat die bonkige mannen met jatten als kolenschoppen aan een operatietafel zouden staan om een moeilijk bereikbare tumor weg te snijden. Aan de andere kan ik me bij een notaris niet voorstellen dat hij zijn frêle kleuterjufhanden vuil maakt aan een strontschep.

Na mijn vader’s overlijden kreeg mijn moeder uiteraard ook met de begrafenisondernemer te maken. Voor de deur stond een lange slungelige jongeman met puistjes die gehuld was in een te wijd kostuum. Binnengekomen begon hij onmiddellijk met zijn slecht uitgevoerde act. ”Oh, wat verschrikkelijk van uw man,” begon hij tegen mijn moeder nog voor de koffie op tafel stond. ”Wat zál u een verdriet hebben.” Nou viel dat reuze mee, leuk vond ze het niet maar hij was in zijn slaap overleden. Iets waar zij jaren later voor getekend zou hebben. Bovendien was het leven geen feest meer sinds hij meer oog had voor zijn postzegels dan voor haar. Mijn moeder barstte dus niet in snikken uit maar bleef nuchter. De jongeman wist dat zijn act niet aansloeg en werd zakelijker toen hij deel 2 introduceerde:

De kist.

Hij toverde een indrukwekkend boek tevoorschijn waarin vele kisten stonden, en zei: ”Uw man verdient het allerbeste, dus u wilt natuurlijk ook de mooiste kist,” Er klonk iets definitiefs in zijn stem alsof hij mijn moeder met een schuldgevoel wilde opzadelen als zij niet voor de mooiste zou kiezen. De mooiste bleek uiteraard de duurste maar mijn moeder koos- ondanks zijn aandringen- voor de middelste, want om mijn vader nou in de goedkoopste te stoppen vond ze wat te ver gaan. Ik denk meer voor haar gemoedsrust want ooit zei ze: ”Als mij wat gebeurt stop me dan maar in de goedkoopste. Het moet de grond in en de wormen moeten snel hun werk kunnen doen.” Ze was effectief en wilde dat na haar dood voortzetten. De uitvaartjongeman noteerde haar wens en vertrok daarna snel want hij voorvoelde dat een tweede kop koffie er niet inzat.

Ik heb dat hierboven beschreven voorval altijd onthouden. De jongeman was een slecht acteur maar misschien is dat later goedgekomen en heeft hij de fijne kneepjes van het vak toch geleerd. Dat is te hopen want nabestaanden hebben het kort na een overlijden al moeilijk genoeg.