ADOPTIE

Met het naderen der feestdagen voelde ik de behoefte een goede daad te verrichten. Een adoptie leek me wel wat, maar een kind, kat of hond alsmede een cavia of ander knaaggedierte wil ik niet dus bad ik- terwijl ik mijn vuilniszak naar beneden bracht- tot de Here met mijn nobele verzoek tot een adoptie.

Dat mijn gebed verhoord was bleek even later toen ik op het punt stond mijn zak in de afvalcontainer te kieperen. Wat stond er namelijk op de deksel? Er stond ; U KUNT MIJ ADOPTEREN.

De Heer had dus mijn verlangen een goede daad te verrichten middels een adoptie aangehoord en een oplossing voor mijn adoptieprobleem gevonden. Daar stond ik dan voor die container. Een golf van warmte stroomde door me heen. Zo dichtbij huis stond hij daar, achteloos had ik mijn welvaartsafval jarenlang door zijn gulzige klep geworpen zonder zijn adoptie smeekbede te hebben gelezen. ”Oohh”….kreunde ik zachtjes, ”had ik dat maar eerder geweten, ik ga onmiddellijk de gemeente bellen.” 

Ik opende de klep om de zak in mijn aankomende adoptievriendje te deponeren maar dat ging niet omdat hij overvol was. Noodgedwongen moest ik de vuilniszak naast hem neer zetten wat me een boete van 60 euro zou kunnen opleveren. Toch waagde ik de gok en spoedde me naar huis om de gemeente te bellen.

”Met de vuilcontaineradoptieafdeling, spreekt u, waarmee kan ik u van dienst zijn?”

”Goedemiddag u spreekt met de heer EJW. Ik wil mijn leven wat meer inhoud geven, dus wil ik informatie over het adopteren van uw container. Wat mooi dat dit kan, ik zal u vertellen dat ik namelijk…”

”Als je de mensen leert kennen, ga je van containers houden, meneer EJW. Mijn vrouw heeft me gisteren verlaten, en dat vlak voor de feestdagen. Wilt u het daarom een beetje kort houden, alstublieft.?”

”Ik wil weten wat het adopteren van een container kost, en wat ik er voor terugkrijg.”

”Het kost 50 euro per maand, dat is een koopje. Als u adopteert moet u niet vragen wat u er voor terug krijgt. Het moet een onbaatzuchtige daad zijn. Bedenk eens hoe het zal zijn als u hem geadopteerd heeft. Hoe anders u het vuil door zijn klep gooit, hem even liefdevol toespreekt, en een aai over zijn massieve bovenkant geeft. Ook kunt u hem een paar uur per week gezelschap houden door er met een klapstoel naast te gaan zitten. De buren zullen vreemd opkijken. Maar is dit eigenlijk wel zo vreemd? Denkt u eens aan een Koninklijke Hoogheid die tegen bomen praat. Is dat niet vreemd dan?”

”U heeft me volledig overtuigd, meneer van de containeradoptieafdeling. Stuurt u mij het contract maar per ommegaande toe.

”Dat zal ik zeker doen, meneer EJW. De container, maar vooral de gemeente zal u zeer dankbaar zijn. Ik wens u fijne feestdagen.” 

Advertenties

MOBIEL

Wat ik nooit zal kunnen begrijpen is dat mensen hun hele hebben en houwen op straat gooien door middel van hun mobiele telefoon.

Een tijd terug maakte ik het weer mee in de tram waar een meisje van een jaar of zeventien een gesprek voerde met haar vriendin waar alle passagiers van mee konden genieten. Veel mensen staan op hun achterste benen als er ergens een camera wordt opgehangen of computerbestanden worden gekoppeld. Maar het echte schenden van de privacy gebeurt dmv het mobieltje. Alle gegevens worden op straat gegooid zogezegd. Het zijn vaak jonge mensen, maar ook de oudere goed in het pak zittende bankemployé die een aandeeltje gescoord heeft laat niet alleen de gebelde maar ook iedereen in de omgeving er luidkeels van meegenieten.

Terug naar het meisje die- zoals bleek- haar relatie verbroken had: ”Weet je, zijn haar zat zo stom, vet erg vond ik dat. En hij had van die lange tanden, net als dat konijn van Femke, je weet wel die zwarte.’’

Het leuke van conversaties die je op deze manier opgedrongen krijgt is dat je nieuwsgierig gaat luisteren en tenslotte hoopt dat het gesprek zal doorgaan, het liefst tot je moet uitstappen. Ik kan me zelfs voorstellen dat je nog een paar haltes blijft zitten om niets te hoeven missen.

‘’Hij heeft wel een leuke vetcoole moeder’’’ging ze verder, ‘’mijn moeder loopt altijd te zeiken, maar zijn moeder is vetcool, echt een vetgaaf mens, voor haar vind ik het wel jammer dat het uit is.’’  

Mijn fantasie was inmiddels in werking getreden, het bellende meisje kon ik zien, het joch met de konijnentanden niet maar die zag ik vóór me. Van het stomme haar moest ik een beeld zien te vormen. Ik verzon zo’n rechtopstaand gelkapsel waarvan het leek of  de jongen zojuist met zijn vingers in het stopcontact had gezeten. Dit in combinatie met de konijnentanden moest voor het meisje geen prettig vooruitzicht zijn geweest want ze zouden ook nog kinderen krijgen. Bij die vetcoole moeder verzon ik een vrolijk en luchtig mens met mooie lokken en een gaaf gebit, dus in mijn fantasie besloot ik dat het  telefonisch besproken jongetje op de vader moest lijken.

De tram die bij een halte had stilgestaan trok weer op en produceerde een tingel die echt leek maar niet was. Het was het geluid van een nepbel dat uit een luidspreker kwam. De tram was een Combino geproduceerd door Siemens, een type dat geen meedraaiend onderstel heeft waardoor hij zich hortend en stotend door bochten beweegt. De bestuurders klagen steen en been omdat ze constant door elkaar  worden geschud tijdens de rit. Het meisje sprak net de zin: ‘’Hij had niet alleen stom haar en konijnentanden maar ook rare flaporen,” toen de tram een bocht inging.

Het mobieltje kletterde op de grond en brak in tweeën. 

”Kut!’’ riep ze

”Lekstraat’’ zei de speaker.

”Broer konijn”, dacht ik.

 Het was mijn halte, ik moest eruit.