FROUKJE

De naam vermoed een aardig vrouwspersoon, maar Froukje was een nare dame. Irritant in alle opzichten en snauwen ipv praten als haar iets niet beviel.

Froukje had een relatie met Kees wiens achternaam Kudding was en daar kon ze absoluut niet mee leven. Ze had hem om die reden definitief de rug toegekeerd. Ze hield van Kees maar aan die naam kon ze niet wennen. Ze had hem gesmeekt zijn naam te veranderen in Pudding maar dat weigerde hij telkenmaal. Het scheelde maar één letter dus zó duur kon het niet zijn. Ze had het desnoods zelf willen betalen, maar nee het was een principekwestie vond Kees, en terecht. Principes zijn mooi maar Froukje had daar geen boodschap aan dus had ze een streep onder de relatie gezet.

Ik heb eens een pizza met haar gegeten maar geneerde me plaatsvervangend dood toen we moesten afrekenen bij het lieftallige meisje dat ons bediende. ”Heeft het gesmaakt?” vroeg ze met een enthousiasme dat je alleen aantreft bij meisjes die nog onbevangen in het leven staan.

”Lekker,” antwoordde ik zonder te overdrijven.

Hij smaakte goed en de korst was krokant zonder hard te zijn. Froukje echter begon een verhandeling dat het haar niet gesmaakt had en waarom. Ze genoot zichtbaar van haar kookboekenwijsheid die ze onder de neus van het meisje wreef. Het eerst nog zonnige gezicht van het kind veranderde langzaam in een treurig smoeltje. Ze wist absoluut geen raad met deze opgedirkte vrouw die hoog op haar ego-paard gezeten bleef doordraven. Het meisje keek schichtig om zich heen en vertoonde zelfs vluchtgedrag.

Toen we het pand verlieten kon ik het woord ”trut” niet onderdrukken. Ik wilde het niet, maar het was eruit voor ik er erg in had. Uiteraard viel mijn opmerking niet in goede aarde. Ze wierp haar hoofd in de nek en liep kwaad de avond in.

Ik heb haar nooit meer teruggezien.

Advertenties

MIRELLA

Gisteren was mijn achternichtje Mirella jarig. Ze is zes geworden.

Zes, een mooie leeftijd vind ik. Een mooi cijfer ook. Ik was altijd blij als ik een zes haalde op school. Een vijf vond ik niks, maar een zes dat begon ergens op te lijken. Ik was er heel tevreden mee.

Mirella begroet me altijd hartelijk en vertelt haar laatste avonturen van school. Als ze dat gedaan heeft volgt steevast het schooltoneelstukje dat we altijd opvoeren. Omdat ze de hele week al kind is, is het verlangen groot om de rollen eens om te draaien zodat er nu eens naar háár geluisterd zal worden. 

Het toneelstukje begint altijd met de woorden: ”En toen was ík de juf, en jij het kind.” 

Ik heb eens geprobeerd de rollen om te draaien door te zeggen: ”En toen was jij het kind, en ík de juf,” maar dat pikte ze niet. ”Ohh, je bent helemaal geen juf”, zei ze pruilend, ”Ik vind het helemaal niet leuk meer, jij moet kind zijn en anders anders ga je maar weer naar huis en eet ik je eten vanavond op.” 

Dat moest ik niet hebben natuurlijk. Ik houd niet van plotselinge veranderingen en bovendien had ik niets in huis. De situatie redde ik door te zeggen dat het maar een grapje was waarna het toneelstukje in het door haar gewenste rollenspel weer verder gespeeld kon worden.

”En toen was IK de juf en JIJ het kind.”

Zes jaar, maar ze laat zich de kaas niet van het brood eten, en dat is maar goed ook. 

PAARDENHOOFD

Dat er meer is tussen hemel en aarde, daar ben ik van overtuigd. Hoe dat komt? Wel, dat komt door Paul.
Op de lagere school kregen we van juf eens de opdracht om een paardenhoofd te tekenen. Ik kon absoluut niet tekenen. Huizen stonden scheef en mensen hadden eierhoofden die op een peervormige romp stonden. Daaraan zaten rechttoe rechtaan ledematen die leken op harken. Niks leek waar het op moest lijken. Zelfs lijken kon ik niet tekenen

Maar goed, ik zat dus in de klas en had geen idee hoe ik een paardenhoofd moest tekenen. Mijn klasgenootjes gingen aan de slag en zaten ingespannen met hun tong half uit de mond hun best te doen terwijl ik zat te piekeren. Ik probeerde zo nu en dan af te kijken bij Margriet, maar zij schermde haar paardenhoofd in wording af met haar hand. Margriet, met wie ik altijd leuk speelde in de pauze en die ik zelfs eens een zoen had gegeven bleek haar privacy ineens hoog in het vaandel te hebben nu het om een tekening ging.

Het was doodstil in de klas, je hoorde alleen het krassen van de potloden. Naarmate de tijd verstreek werd ik nerveuzer want er was natuurlijk een tijdslimiet aan deze opdracht verbonden. Paul die bij het raam zat en prachtig kon tekenen legde als eerste zijn potlood neer en ging demonstratief met de armen over elkaar naar buiten zitten kijken. Hij tekende vaak met houtskool en maakte in een handomdraai bossen met daarin leeuwen die zo echt leken dat je bang was dat ze uit het papier zouden stappen. Hij bracht diepte in zijn tekeningen door er zo nu en dan met zijn hand over te wrijven. Het eindresultaat was prachtig.

Ondertussen waren er meer kinderen die hun tekengerei neergelegd hadden. Het was een kwestie van enkele minuten voor de juf zou zeggen: ‘Zo, nu allemaal de potloden neerleggen, ik kom langs om te kijken hoe het geworden is.” Ik had nog steeds niets op papier en zat me suf te piekeren hoe ik in die luttele minuten iets van een paardenhoofd kon tekenen.
Ik weet niet hoe het u verging in zo’n heikele situatie, maar ik hoopte dan op een wonder. Dat er brand werd geroepen en we in allerijl de klas moesten verlaten. Geen leuke zaak maar alles was beter dan straks voor schut te moeten staan. Ik voelde me steeds benauwder worden en werd zelfs een beetje paniekerig. Diep van binnen begon ik om hulp te vragen en toen gebeurde het volgende:

Paul, de talentvolle tekenaar die al enige tijd naar buiten had zitten kijken stak plotseling zijn hand omhoog en zei: ”Juf, ik moet nodig plassen.” ”Ga maar even” zei de juf, ”maar gauw weer terugkomen.” Paul liep langs me heen en gaf in het voorbijgaan een duwtje met zijn hand tegen mijn arm die daardoor uitschoot. Ik schrok enigszins maar keek meteen naar het vel papier en wist niet wat ik zag. Er stond een paardenhoofd. Geen professionele maar het kon er zeker mee door. Een diep geluk stroomde door me heen waardoor ik vertrouwen kreeg om het karwei af te maken Ik voegde er een paar oren, ogen en neusgaten aan toe, dat aardig lukte. Het leek of mijn hand een beetje werd gestuurd. Even later kwam hij terug van het toilet en toen gebeurde er iets dat ik nooit zal vergeten. Hij gaf me in het voorbijgaan een glimlach met een vette knipoog. Vreemd, vriendjes waren we niet en een lach met een knipoog had hij me nog nooit gegeven. Kort daarna zei de juf: ”Allemaal de armen over elkaar, ik kom langs om te kijken hoe het geworden is.”
Paul kreeg terecht een groot compliment, en bij de anderen had ze zo af en toe een aan- of opmerking. Bij mij aangekomen zei ze: ”Een redelijk paardenhoofd al heb ik ze weleens beter gezien.” Het was geen groot compliment maar voor mij groot genoeg. Dankbaar keek ik even naar Paul en Hij keek terug.