ANEKDOTE

Afgelopen week was ik in Edam.

Terwijl ik daar liep moest ik denken aan een anekdote die ik eens hoorde van een Edammer. Edam en Volendam zijn buren maar heel lang geleden was de sfeer tussen beide dorpen niet zo best, en dat is dan nog zacht uitgedrukt. De arme Volendammers werden uitgebuit en geknecht door de Edammers. Hoe dat er uitzag weet ik niet maar als ik kon tekenen zou ik de Edammers een zweep geven waarmee ze de Volendammers geselde als die niet hard genoeg voor ze werkte. In lompen gehulde kromme lijven, getormenteerde gezichten, monden die half open stonden waaruit geschreeuw te horen was, zweetdruppels die van de hoofden spatten terwijl de zweepslagen op hen neer daalde.

Zoiets zou ik tekenen als ik die vaardigheid bezat.

Verzet is er altijd als mensen onderdrukt worden dus zal daar ook zeker geweest zijn, doch vele jaren later was er een Volendammer die deze geschiedenis van zijn voorouders niet vergeten kon. De man haatte de Edammers zo intens dat hij het tot zijn missie had gemaakt dat ook zeer fysiek uit te drukken. Iedere morgen na het ontbijt trok hij zijn beste kleren aan en verliet kaarsrecht zijn huis naar de grenspaal van Edam. Onderweg bereidde hij een rochel voor die hem een satanisch genoegen moet hebben verschaft. Eenmaal daar aangekomen stopte hij precies voor de grens en spoog zijn rochel regelrecht Edam in. Na deze daad keerde hij om en liep terug naar huis, waarbij ik u niet hoef te vertellen dat hij nooit EEN stap in het vijandige Edam heeft gezet. Dit heeft hij tot het eind van zijn lange leven volgehouden. Nu is dit een anekdote, maar als het waar is  zijn de betrekkingen tussen beide dorpen na zijn dood pas echt genormaliseerd.

BALKONSCÈNE

”Ik bel je even op om te zeggen dat ik niet bel.”

Dit is een heel vreemd zinnetje maar toch zei ik dat ooit tegen een vriendinnetje waar ik hevig verliefd op was. Ik had geen zin om te bellen en deelde dat- beleefd als ik ben- mee. ”Jammer dat je niet belt, maar leuk om je even gesproken te hebben,” was haar antwoord. U heeft het al begrepen, hevige verliefdheden zijn niks voor mij. Ze brengen me in de war terwijl ik ze graag alle zeven op een rijtje heb. Heel vreemd is ook dat ik het gezicht van een vrouw waar ik verliefd op geworden ben de volgende dag niet meer herinner. ”Hoe ziet ze er ook alweer uit, ” vraag ik me dan vertwijfeld af. Ik heb dus een black- out gekregen, dat is duidelijk.

Gelukkig ben ik niet vaak verliefd, de laatste jaren al helemaal niet. De balkon-buurvrouw waar ik eerder over schreef probeert mijn aandacht te trekken nadat we elkaar opnieuw een paar keer begroet hebben. Dit is een vervolg van de vorige zomer. De winter kwam waarbij het balkon tijdelijk buiten gebruik was maar met dit mooie weer zitten we er weer zo nu en dan.

 Zie hier het eerdere verhaal BUURVROUW

Gisteren had ze haar mooiste jurkje aangetrokken en een sexy zonnebril opgezet. Ik had geen zin in het balkon dus zat binnen. Ze dacht dat ik haar niet zag en vond het spijtig dat ze die moeite had gedaan. Het deed me denken aan een vrouw in het noorden des lands waar ik eens een afspraak mee had en zij speciaal voor die gelegenheid naar de kapper was geweest. Dat leuke rechttoe rechtaan kapsel had plaatsgemaakt voor een haute coiffure die sjiek bedoeld was maar haar niet stond. Een schuldgevoel bekroop me toen ze daar zo voor me zat. Ik was niet verliefd maar zij had zó haar best gedaan.

Vandaag zat ik wederom op het balkon en de buurvrouw ook maar deze keer ging ze een stapje verder. Er hing een wasrek met daaraan twee slipjes. TWEE. Wie draait er normaal gesproken nou een was met twee slipjes. Mooi waren ze wel, een rode die zodanig opgehangen was dat het kruis wellustig mijn kant op wapperde en een veelbelovende zwarte. Telkens als ze even naar binnen ging keek ze mijn kant op waarbij ze op een charmante manier denkbeeldige pluisjes van haar jurk plukte, maar ik zat te puzzelen. Met één oog weliswaar maar de andere zag het wel degelijk. Neen, ik geef me niet zo gauw gewonnen maar het wordt steeds verleidelijker met dat leuke koppie van d’r, om over die slipjes maar te zwijgen.

KERMIS

Ben laatst met Annie naar de kermis geweest, niet omdat ik zo graag wil maar ik had het haar beloofd omdat ze mijn plant water geeft en de goudvissen voert als ik langere tijd van huis ben.

Ik vind kermissen verschrikkelijk. De vreselijke pokkeherrie die voor muziek moet doorgaan maar bovenal de attracties die levensgevaarlijke toeren uithalen. Nee, daar durf ik voor geen goud in. Ik word al misselijk als ik naar een draaimolen kijk dus kermissen zijn aan mij niet besteed. Maar Annie vind het leuk, niet de helse machines waarbij je uit de bocht kunt vliegen en afgeschoten wordt, maar de schiettenten en de gokautomaten waar je horloges kunt winnen. Die apparaten zijn pure nep. De grijpklauwen die afdalen om een horloge te grijpen zijn dusdanig afgesteld dat ze het horloge strelen in plaats van grijpen. Soms door een wonder lukt het en valt er een waardeloos uurwerk uit dat het al snel begeeft.

Ieder mens heeft een duistere kant, en laat dit nou de duistere kant van Annie zijn.

Annie heeft een goed pensioen van haar overleden man en geniet AOW. Als ze wil kan ze de plaatselijke juwelier op een fatsoenlijke manier van al zijn horloges afhelpen, maar nee, het is de goktent met nephorloges waar ze rode konen van krijgt. Mocht zo’n apparaat na vele pogingen haar toch welgevallig zijn dan kan ze haar geluk niet op. Zo belde ze onmiddellijk haar vriendin om het grote geluk mee te delen. Annie is lichtelijk doof dus heeft ze haar smartphone zodanig afgesteld dat ik het gesprek kon volgen.

”Hoi met Annie. ik ben met E. op de kermis en heb zojuist en klokkie gewonnen!”

”Oh wat gaaf meis, doet ie het ook?”

”Echt wel, er zit een secondewijzer op zodat je het goed kan zien.”

”Oké, dan hoef je niet te twijfelen. Deel je het op FB?”

”Ga ik doen meis, ik zal je tevens een PB tje sturen.”

”Altijd gezellig, en nog veel plezier met E. Wil je hem de groeten doen?”

”Zal ik doen lieverd, een dikke knuf en tot kijk.”

Annie straalde en keek meer op haar horloge dan nodig was. Geluk zit soms in een kutklokkie van de kermis.