MOBIEL

Wat ik nooit zal kunnen begrijpen is dat mensen hun hele hebben en houwen op straat gooien door middel van hun mobiele telefoon.

Een tijd terug maakte ik het weer mee in de tram waar een meisje van een jaar of zeventien een gesprek voerde met haar vriendin waar alle passagiers van mee konden genieten. Veel mensen staan op hun achterste benen als er ergens een camera wordt opgehangen of computerbestanden worden gekoppeld. Maar het echte schenden van de privacy gebeurt dmv het mobieltje. Alle gegevens worden op straat gegooid zogezegd. Het zijn vaak jonge mensen, maar ook de oudere goed in het pak zittende bankemployé die een aandeeltje gescoord heeft laat niet alleen de gebelde maar ook iedereen in de omgeving er luidkeels van meegenieten.

Terug naar het meisje die- zoals bleek- haar relatie verbroken had: ”Weet je, zijn haar zat zo stom, vet erg vond ik dat. En hij had van die lange tanden, net als dat konijn van Femke, je weet wel die zwarte.’’

Het leuke van conversaties die je op deze manier opgedrongen krijgt is dat je nieuwsgierig gaat luisteren en tenslotte hoopt dat het gesprek zal doorgaan, het liefst tot je moet uitstappen. Ik kan me zelfs voorstellen dat je nog een paar haltes blijft zitten om niets te hoeven missen.

‘’Hij heeft wel een leuke vetcoole moeder’’’ging ze verder, ‘’mijn moeder loopt altijd te zeiken, maar zijn moeder is vetcool, echt een vetgaaf mens, voor haar vind ik het wel jammer dat het uit is.’’  

Mijn fantasie was inmiddels in werking getreden, het bellende meisje kon ik zien, het joch met de konijnentanden niet maar die zag ik vóór me. Van het stomme haar moest ik een beeld zien te vormen. Ik verzon zo’n rechtopstaand gelkapsel waarvan het leek of  de jongen zojuist met zijn vingers in het stopcontact had gezeten. Dit in combinatie met de konijnentanden moest voor het meisje geen prettig vooruitzicht zijn geweest want ze zouden ook nog kinderen krijgen. Bij die vetcoole moeder verzon ik een vrolijk en luchtig mens met mooie lokken en een gaaf gebit, dus in mijn fantasie besloot ik dat het  telefonisch besproken jongetje op de vader moest lijken.

De tram die bij een halte had stilgestaan trok weer op en produceerde een tingel die echt leek maar niet was. Het was het geluid van een nepbel dat uit een luidspreker kwam. De tram was een Combino geproduceerd door Siemens, een type dat geen meedraaiend onderstel heeft waardoor hij zich hortend en stotend door bochten beweegt. De bestuurders klagen steen en been omdat ze constant door elkaar  worden geschud tijdens de rit. Het meisje sprak net de zin: ‘’Hij had niet alleen stom haar en konijnentanden maar ook rare flaporen,” toen de tram een bocht inging.

Het mobieltje kletterde op de grond en brak in tweeën. 

”Kut!’’ riep ze

”Lekstraat’’ zei de speaker.

”Broer konijn”, dacht ik.

 Het was mijn halte, ik moest eruit.