OOM JO

Over nostalgie gesproken. Er was een tijd dat ik opa’s en oma’s en ooms en tantes had. Die tijd is al weer lang voorbij. Nu ben ik zelf oom en oud-oom. Dit verhaal gaat over een oom en tante uit mijn jeugd.

Oom Jo was een kleine onbeduidende kantoorklerk in een grijs pak dat slobberig om hem heen hing. Hij was getrouwd met Stien, een hoogblonde struise vrouw die een halve kop groter was dan hij.

Iedereen kent wel een oom Jo en tante Stien in de familie, op verjaardagen voert zij altijd het hoogste woord en houdt ellenlange monologen terwijl hij er verloren bij zit. Je hebt altijd het gevoel dat hij méé is zoals sommige mensen hun hond meenemen omdat je dat beest nu eenmaal niet alleen thuis kunt laten.
Stien nam trouwens na de dood van Jo een teckel, maar als ze het beest een opdracht gaf bijvoorbeeld: ”Zit”, blafte hij terug en daar was Stien niet van gediend dus schopte ze het beest op een koude winteravond de straat op.

Stien had op verjaardagen dus altijd het hoogste woord en oom Jo zat er maar zo’n beetje bij. Als zij aan het woord was viel niemand haar in de rede, simpelweg omdat dat onmogelijk was maar ook omdat iedereen haar vreesde. Als je het bij haar verbruid had was er grote kans dat je op een volgende verjaardag waarbij je niet aanwezig kon zijn genadeloos over de tong ging. Dat gebeurde eens tante Greet die middenin een monoloog van Stien tegen haar zei: ”Mag ik nou óók eens iets zeggen” waarna Stien als door een adder gebeten (een reptiel waar zij overeenkomsten mee had) uitriep: ”Je lijkt Jo wel, die wil me ook altijd in de rede vallen.” ”Die krijgt óók geen kans bij jou,”sneerde Greet terug en het kwaad was geschied. Iedereen keek naar Jo waarvan men hoopte dat hij nu eindelijk eens iets zou zeggen maar het leek of hij nog kleiner werd. Zo zelfs dat het leek of de stoel hem absorbeerde.

De eerstvolgende verjaardag waarbij Greet niet aanwezig kon zijn gebeurde het. Stien begon weer één van haar monologen waarbij het al snel ging over de vaginale verkoudheid van Greet en over diens onregelmatige ongesteldheden. Onderwerpen die Greet aan Stien in een vertrouwelijke bui had verteld. De visite luisterde ietwat gegeneerd maar genoot ook stiekem van de informatie, want de mens is een leergierig wezen vooral over intieme zaken wat anderen betreft.

Oom Jo lijkt een doetje en dat is hij ook maar op zijn eigen verjaardag één dag voor zijn dood gebeurde het. ”Het is ook mijn feestje” moet hij gedacht hebben, of hij voorvoelde zijn dood en vond dat hij nu eindelijk eens een daad moest stellen. Toen Stien weer verwikkeld was in één van haar monologen ging er bij hem een knop om. Hij schoof naar het puntje van zijn stoel, kuchte even en zei:”Ik ken een mop.” Abrupt staakte Stien haar monoloog en zond een blik naar Jo die een mengeling was van minachting en verbazing. De kamer viel stil want iedereen vond het van grote moed getuigen dat Jo haar an publiek in de rede te viel. Zij gingen straks weer naar huis maar hij moest verder met Stien, wat voor iedereen  een onmogelijke opgave leek.

Doodstil was het nu in de kamer en alle blikken waren op Jo gericht. Hij schraapte gewichtig zijn keel en zei langzaam met licht trillende stem: ”Wat is het verschil tussen een domme blonde vrouw en een frikandel?” Iedereen keek in gespannen verwachting naar Jo want de inleiding beloofde niet veel goeds en de clou zou het alleen nog maar erger maken voorvoelde iedereen. Hij nam langzaam een hap adem en zei met een stem die trilde van ingehouden emotie: ”Een frikandel heeft tenminste nog hersens.”

Zo, dat was er uit, de aanwezigen vielen minutenlang stil want men was geschrokken van de plotselinge eruptie van Jo en van het feit dat hij een mopje kon tappen. Stien keek verdwaast voor zich uit want ze had voor het eerst een andere kant van haar man leren kennen. Het enige dat ze nu nog kon doen was de visite vragen of ze nog iets wilden drinken. De verjaardag verliep verder vreemd en in een wat verdwaasde sfeer en Stien waagde zich niet meer aan een monoloog. Af en toe plaatste iemand een opmerking over niets dat in het niets belandde. Oom Jo had de avond maar ook het huwelijk ontregeld en iedereen ging vroeger naar huis dan gewoonlijk.

De begrafenis van Oom Jo was een paar dagen later. Even de held spelen is leuk maar kan levensgevaarlijke gevolgen hebben.

Advertenties

NOSTALGIE

Fietsend op weg naar het Amsterdamse bos kwam ik deze oude tram tegen. Dit was de eerste tram uit mijn jeugd. De bestuurder kan zitten op een verplaatsbare kruk maar ook staan. De bediening gebeurt dmv een wiel waarmee de snelheid wordt geregeld. Ik was gek op trams en wilde trambestuurder worden maar het lot bepaalde- zoals vaker in het leven- anders.

Na het Amsterdamse Bos op de terugweg het dorpje Sloten bezocht waar een dorpspomp en een brandmelder staat.

Buiten dienst uiteraard, maar de tram doet nog wel dienst als Museumtram

Leuk, zo’n middagje nostalgie.

WEER THUIS

Inmiddels ben ik weer thuis. Genoten van de fietsvakantie die me langs leuke stadjes en dorpjes voerde zoals Hoorn en Edam.

Het haventje van Hoorn.

In Volendam was ik gauw uitgekeken.

Supertoeristisch, de mensenmassa beweegt zich voornamelijk voort over de de dijk. In het dorp zelf is het een stuk rustiger. Persoonlijk vind ik Edam gemoedelijker, gevarieerder en meer sfeer hebben dan het naburige Volendam. Hieronder wat foto’s van Edam.

Tegenwind is geen probleem met de e-bike waarmee ik in mijn vakantie zo’n 300 km heb gefietst. Nu we het toch over de fiets hebben. De tandem zie je bijna niet meer maar als je hem ziet is het er een waar iemand met een beperking achterop zit of in een race uitvoering. De tandem levert soms ook problemen op zoals u kunt zien in het onderstaande filmpje