BALKONSCÈNE

”Ik bel je even op om te zeggen dat ik niet bel.”

Dit is een heel vreemd zinnetje maar toch zei ik dat ooit tegen een vriendinnetje waar ik hevig verliefd op was. Ik had geen zin om te bellen en deelde dat- beleefd als ik ben- mee. ”Jammer dat je niet belt, maar leuk om je even gesproken te hebben,” was haar antwoord. U heeft het al begrepen, hevige verliefdheden zijn niks voor mij. Ze brengen me in de war terwijl ik ze graag alle zeven op een rijtje heb. Heel vreemd is ook dat ik het gezicht van een vrouw waar ik verliefd op geworden ben de volgende dag niet meer herinner. ”Hoe ziet ze er ook alweer uit, ” vraag ik me dan vertwijfeld af. Ik heb dus een black- out gekregen, dat is duidelijk.

Gelukkig ben ik niet vaak verliefd, de laatste jaren al helemaal niet. De balkon-buurvrouw waar ik eerder over schreef probeert mijn aandacht te trekken nadat we elkaar opnieuw een paar keer begroet hebben. Dit is een vervolg van de vorige zomer. De winter kwam waarbij het balkon tijdelijk buiten gebruik was maar met dit mooie weer zitten we er weer zo nu en dan.

 Zie hier het eerdere verhaal BUURVROUW

Gisteren had ze haar mooiste jurkje aangetrokken en een sexy zonnebril opgezet. Ik had geen zin in het balkon dus zat binnen. Ze dacht dat ik haar niet zag en vond het spijtig dat ze die moeite had gedaan. Het deed me denken aan een vrouw in het noorden des lands waar ik eens een afspraak mee had en zij speciaal voor die gelegenheid naar de kapper was geweest. Dat leuke rechttoe rechtaan kapsel had plaatsgemaakt voor een haute coiffure die sjiek bedoeld was maar haar niet stond. Een schuldgevoel bekroop me toen ze daar zo voor me zat. Ik was niet verliefd maar zij had zó haar best gedaan.

Vandaag zat ik wederom op het balkon en de buurvrouw ook maar deze keer ging ze een stapje verder. Er hing een wasrek met daaraan twee slipjes. TWEE. Wie draait er normaal gesproken nou een was met twee slipjes. Mooi waren ze wel, een rode die zodanig opgehangen was dat het kruis wellustig mijn kant op wapperde en een veelbelovende zwarte. Telkens als ze even naar binnen ging keek ze mijn kant op waarbij ze op een charmante manier denkbeeldige pluisjes van haar jurk plukte, maar ik zat te puzzelen. Met één oog weliswaar maar de andere zag het wel degelijk. Neen, ik geef me niet zo gauw gewonnen maar het wordt steeds verleidelijker met dat leuke koppie van d’r, om over die slipjes maar te zwijgen.

Advertenties