THE TWO PAUL’S

Ik heb een aantal vragen gekregen hoe het staat met het onderzoek naar de vervanging van Paul na diens vermeende auto ongeluk. Het onderzoek is nog in volle gang en volg het met veel interesse. Toen ik bovenstaand fragment tegenkwam dacht ik aan een quote die ik ooit schreef in een filosofische bui:

Voor hen die niet willen zien

is een bril volstrekt overbodig.”

In bovenstaand fragment waar slechts één jaar tussenzit zie ik twee verschillende personen.

Waarom dit fragment. Omdat ik iemand zie worstelen met zijn nieuwe rol en dat interessant vindt. Een tikje meewarig maar ook humoristisch om te zien. Het gaat niet om wát er gezegd wordt- ik heb geen idee waar het over gaat- maar om het tenenkrommende acteren van Paul nr 2. De maniertjes, bewegingen en het proberen zo authentiek mogelijk over te komen maar ook de stem die hij probeert te imiteren. Dit gaat niet over het geluid zelf dat anders kan klinken omdat het om twee verschillende locaties gaat maar om de intonatie van de stemmen die verschillend zijn. Dat Paul met snor een aantal jaren ouder is dan de originele is- wat mij betreft- duidelijk te zien. De vorm van beide hoofden verschillen ook.

Alle begin is moeilijk, hij moest zijn draai nog vinden.

Met dit fragment neem ik voorlopig afscheid. Ik ga voor een aantal weken naar Limburg en hoop u daarna weer terug te zien

Hieronder een link om uw geheugen op te frissen

WILLIAM SHEPPERD

Advertenties

HIJ LAG ER MOOI BIJ

Kent u dit zinnetje: ”Hij lag er mooi bij.”

Ik hoorde het weer eens op een begrafenis toen de dierbaren terugkwamen van het bezoek aan de opgebaarde man.

”Hij lag er mooi bij.”

”Je ligt er mooi bij,” hoor je nooit eens tijdens het leven. Ik heb het in ieder geval nog nooit gehoord. Eigenlijk dán zouden ze het af en toe eens moeten zeggen. Dan heb je er tenminste iets aan. Maar nee, je moet wachten tot je dood bent, helaas.

”Je ligt er mooi bij,” zou de vrouw eens eens tegen de man moeten zeggen als hij na een dag hard werken doodvermoeid op de bank ploft en daar vervolgens de hele avond blijft liggen. Helaas is dat niet zo, wat hij hoort is:

”Leg je daar nou alweer op die bank. Dat deed je gisteren ook al!

”Ik heb de hele dag hard gewerkt liefje.”

”Denk je dat IK de hele dag uit mijn neus gegeten heb soms!”

Zo, die zit, waarna hij langzaam en vermoeid uit zijn ligpositie komt en gaat zitten. Mannen liggen op de bank terwijl vrouwen zitten, is wat ik me nu ineens bedenk. Behalve tijdens de maandelijkse periode dan liggen ze ook wel eens, maar dat is te begrijpen.

”Hij lag er zo mooi en vredig bij.”

Fijn dat ze dat toch nog mee mocht maken. Toen hij nog leefde lag hij vaak op de bank maar mooi en vredig was het allerminst. Hij liet een boer na zijn zoveelste pilsje of een paar winden als hij zijn tweede portie bitterballen naar binnen had gewerkt. Ook de voetbalwedstrijden waar hij al liggend naar keek verliepen evenmin vredig. Als zijn favoriete cluppie een doelpunt scoorde veerde hij op en slaakte een kreet dat veel weg had van een kind dat zojuist een fel gekleurde ballon heeft gekregen. Daarna ging hij uit zijn neus liggen peuteren.

S’nachts snurkte hij waardoor ze niet kon slapen. Ze heeft hem vele porren gegeven, zijn neus dichtgedrukt, een zakdoek in zijn mond gepropt en in haar wanhoop zelfs eens orale handelingen verricht. Maar het mocht allemaal niet baten.

”Hij lag er mooi bij,” herhaalt ze nog eens, en ze lacht minzaam.

De familieleden knikken instemmend.

RECHTOP

”Hij moet er rechtop in.”

”Oh, gut dat wist ik niet, ik zal het tegen hem zeggen.”

Deze zinnen ving ik op van twee vrouwen die voor een huis met een tuin stonden terwijl ik langsliep. Het wekte mijn nieuwsgierigheid omdat het voor mij volstrekt onduidelijk was waar het over ging. Had die ene vrouw gezegd: ”De margarine is in de bonus bij A.H,” en de andere geantwoord: ”Dan ga ik meteen langs,” dan had ik er geen aandacht aan besteed. Het is volkomen duidelijk wat er wordt bedoelt.

Maar in dit geval niet

Het is een HIJ, dat er rechtop in moet, volgens die ene vrouw. De andere vrouw ”wist dat niet” en ”zou het tegen hem zeggen.” Het is raadselachtig en kan van alles zijn dus mijn fantasie deed zijn werk.

De  vrouw van wie hij er rechtop in moet is ervaren en weet na vijf kinderen zo onderhand wel hoe de lepel door de pap glijdt. De andere vrouw is haar alleenstaande vriendin die sinds kort gezwicht is voor een buurman met dezelfde status die altijd ongevraagd haar paadje veegt. Ze had hem wel door maar ze gaf nooit sjoege als hij glimlachend naar binnen keek. Toen hij dat op een dag weer deed struikelde hij over een tegel die gemeen iets boven de anderen uitstak.

Die tegel lag er al een tijd dus misschien viel ie met opzet

We zullen het nooit weten.

Nu was buurvrouw niet van steen dus ze spoedde zich naar buiten om hem overeind te helpen waarna ze vroeg of hij een kop koffie lustte. ”Heel graag,” zei buurman En zo is het gekomen, ze drinken sindsdien regelmatig samen koffie.

Het heeft nog ruim anderhalf jaar geduurd, maar op een zwoele namiddag kwam het er dan toch van, of eigenlijk ook weer niet. ”Wil je het huis verder eens zien?” vroeg ze met een lichte vibratie in haar stem. Ze had gevoelens gekregen waar ze voorheen het bestaan niet van wist. Nou, dat wilde buurman wel zodat ze even later boven in de slaapkamer belandden alwaar de volgende conversatie plaatsvond:

Hij : ”Wat een mooi bed.”

Zij: ”Vind je? Het komt van Ikea maar het ligt lekker,”

Even later lagen ze- na zich van de ter zake doende kledingstukken ontdaan te hebben- onwennig op bed.

Hij: ”Wat moeten we nu.”

Zij: ”Ik heb werkelijk geen idee.”

En zo gebeurde het dat deze vrouw een dag later haar avontuur van de vorige dag met haar vriendin besprak. Die gaf uitgebreid voorlichting over de bloemetjes en de bijtjes en kwam precies bij de ontknoping toen ik daar langsliep.

”Hij moet er rechtop in.”

Oh gut, dat wist ik niet, ik zal het tegen hem zeggen.”