OP DE FIETS

Sommigen zeggen dat fietsen het hoofd leegmaakt. Mij lukt dat bijna nooit.

Op de fiets gaan mijn gedachten meestal gewoon door. Soms hoor je flarden van gesprekken van fietsers die je tegemoet komen of die je van achteren passeren. Als je dus even nergens aan denkt en er passeren een stel pratende fietsers, dan geven die toch weer stof tot nadenken, omdat het losse zinnen zijn die kop nog staart hebben. Het begin van het gesprek heb je niet gehoord, en het eind kom je niet te weten.

Van de week reed ik weer eens naar het strand, dit keer was Wijk aan Zee aan de beurt.

In de duinen kwam een vader met zoontje me tegemoet, ik hoorde een fragment van het gesprek dat hij met zijn vader had. Het jongetje zei: ”Nou, ik word nu toch echt gepest door die twee iemanden in de klas, als ze zo doorgaan dan ……..”

”Twee iemanden,” zei het jongetje, wat een fantastisch taalgebruik! Zoiets kan alleen een kind bedenken.¬† Omdat het een fragment was ging ik nadenken over wat hij verder gezegd zou kunnen hebben tegen zijn vader.

”Als ze zo doorgaan dan …..”, maar wat dan, vroeg ik me af. Zou hij die pestkoppen eens goed de waarheid vertellen? Of zou hij erop los slaan,¬†want het joch zag er stoer uit. Of is hij helemaal niet zo stoer, en vraagt aan zijn vader of die mee gaat naar school om eens te gaan praten met de leraar.

Ik had weer iets om over na te denken, dus het hoofd leeg maken was er ook dit keer niet bij.