OCHTENDJAS

Laat ik met kerst nou een ochtendjas gekregen hebben. Dit is mijn tweede, jaren geleden kreeg ik er ook een van mijn schoonmoeder maar daar heb ik een wat minder fijne herinnering aan. Ze sprak toen de volgende opbeurende woorden: ”Mocht je hem thuis niet dragen dan is ie altijd nog handig voor het geval je in het ziekenhuis terecht komt.” Dit minder prettige vooruitzicht triggerde me zodanig dat ik dezelfde nacht nog de hieronder beschreven droom kreeg

Ik rende door ziekenhuisgangen in mijn ochtendjas en werd achtervolgt door een stel zusters van middelbare leeftijd. De achtervolging duurde lang maar uiteindelijk kregen ze me te pakken en wierpen zich bovenop me.  Erg okselfris waren ze niet, vooral die ene niet, die uitgegleden was en nu omgekeerd bovenop me lag. Haar collega nam me in de houdgreep en voerde me naar een bed waar ik aan een infuus werd gelegd. Een ander bond me vast, en weer een ander trok het gebit ruw uit mijn mond ”Voorzichtig, dit gebit kost 600 euro,” riep ik nog, maar daar trok ze zich niks van aan.

Toen liepen ze de zaal uit.

En daar lag ik dan, aan het infuus, en zonder gebit. Urenlang lag ik daar zonder dat er een dokter kwam terwijl ik me kiplekker voelde. ”Wat doe ik hier nog langer,” dacht ik na een tijd, en worstelde me los van het infuus en uit het touw waarmee ze me vastgebonden hadden. Ik rende de zaal af, de gang in. Er was niemand meer te bekennen. Op weg naar de uitgang kwam ik langs een kamer waarvan de deur openstond. Op een tafel stond een bak met honderden gebitten. Ik ging naar binnen en begon koortsachtig te graaien op zoek naar mijn gebit. Allemaal van die goedkope krengen maar de mijne van 600 euro lag er niet tussen. Met een teleurgesteld gevoel kwam ik buiten, het was koud dus strikte ik mijn ochtendjas extra goed dicht.

Gelukkig stonden er een paar taxi’s.

”Ik wil naar huis,” zei ik tegen één van chauffeurs die van origine niet uit Nederland kwamen, ”Ik woon hier vlakbij, aan het einde van deze laan, maar op blote voeten en met deze kou zie ik lopen niet zo zitten.

Wat kost dat?” vroeg ik.

”25 Euro,” riep hij in gebrekkig Nederlands.

”25 Euro voor zo’n kort ritje?”, herhaalde ik ongelovig.

De andere chauffeurs wisten het nu zeker, ik was een ongelovige en kwamen dreigend op me af. ”Het is me te duur,” zei ik enigszins timide, want ik voelde dat het uit de hand zou gaan lopen. ”Te duurr!!? herhaalde de chauffeur bij wie ik me in eerste instantie had aangemeld, ”Je toont geen rrespect voor mij.” Terwijl hij dit zei maakte hij rare spastische bewegingen met zijn handen. Hij imiteerde daarmee zijn favoriete rapper, begreep ik. ”Ha, ha,” riep een andere chauffeur jolig, ”hij heeft geen tanden, zien jullie dat?” Ik probeerde de moed bijeen te rapen en wilde iets zeggen over dankbaarheid tonen na liefdevol opgevangen te zijn in een gastland maar zag er toch maar vanaf, bang om niet alleen mijn tanden maar ook mijn neus te verliezen. Ik besloot nu het al te dreigend werd het op een lopen te zetten.

Toen werd ik wakker en keek verdwaasd rond. De ochtendjas hing doelloos over de leuning van de stoel. En mijn gebit lag gelukkig op het nachtkastje in het bakje.