PARADIJS

Het was warm de afgelopen dagen dus van een stukje schrijven kwam niets. Ik heb bewondering voor mensen die dat wel kunnen, mij lukt dat niet. Aangezien het avond is en iets koeler doe ik nu een poging.

Afgelopen dagen was ik wederom op mijn buitenverblijf maar daar lukt het schrijven sowieso niet. Vroeger nam ik altijd een blocnote mee om eventuele ingevingen te noteren maar ingevingen kreeg ik daar zelden en als ik ze kreeg en noteerde vond ik het thuisgekomen complete onzin en niet de moeite waard om ze uit te werken.

Ik heb totaal geen inspiratie- sorry kan geen ander woord vinden- als ik op mijn buitenverblijf verblijf. Er overkomt me een serene stilte en ben volkomen in harmonie met mijn omgeving. Ik bevind me in het paradijs waarin – zoals de Heiligen onder u weten- geen plaats is voor ironie en humor. Deze zaken zijn er voor later als je weer teruggeworpen bent in de boze wereld en je ter compensatie humor en ironie nodig hebt om het leven draaglijk te maken.

Humor moet dus van anderen komen als ik daar ben. In de vaart vlakbij (laatste foto) zwem ik regelmatig. Toen er een plezierbootje langs voer en een opvarende me toeriep: ”Ben je je boot vergeten?” kreeg ik mijn humor even terug en retourneerde de kwinkslag met de woorden: ”Nee, die is zojuist gezonken.” Ik geef toe, geen dijenkletser maar toch aardig om even te vermelden.

En dan hier de foto’s

IMG_1853

IMG_1865

IMG_1857

IMG_1878

IMG_1859

IMG_1860

IMG_1876

k

VERJAARDAG VAN ELS

Els is vandaag jarig. Ze is negenenvijftig geworden en geniet zichtbaar van de familieleden die aanwezig zijn.

Tante Leida en oom Bob zijn er.

Oom Bob heeft het hoogste woord en ergert zich aan wat er zoal op tv te zien is. ”Die reclames hé daar wordt je doodziek van. Die wijven die maar niet ouder willen worden en al dat dure dat spul op hun gezicht smeren om zo de zeven tekenen van het ouder worden te ontlopen. Allemaal flauwekul. En wat is er tegen een ouwe kop? Connie Palmen heeft er óók een, die zuipt, ja dan gaat het allemaal wat sneller. En wat is er mis met Dr Oetker? Laatst kon ik me oren niet geloven, ze hadden het over dokter UTKER,  mijn lievelingspuddinkje had een andere naam gekregen. En dat moet ik allemaal maar pikken.”

”Ach maak je niet druk Bob”, zegt Leida die Bob steeds roder ziet worden en daarom vreest voor zijn hart, ”er zit toch een knop op dat ding.”
”Ja, en ik zal de moed hebben om hem uit te zetten net als jij naar die blaaskaak van een Gordon zit te kijken. Wat een onbenul. Dan zegt hij iets vunzigs en moet om zijn eigen lachen. Die bek die dan langzaam opengaat en dan dat Ha,ha ,ha ,ha.”

Els die geen zin in heeft om straks de ambulance te moeten bellen vraagt of hij nog koffie wil.

”Ja, doe nog maar een bakkie zwart.”

Tante Agnes is er ook. Zij is een lange magere vrijgezelle vrouw die nog het meest op een Friese staartklok lijkt. Ze wordt liefkozend ‘tante Aggie’ genoemd en werkte vroeger bij de posterijen. Door haar lange benen, gelijk een paar stelten was ze altijd als eerste klaar met haar wijk.

”Herman van Veen mag ik altijd graag zien als hij op tv komt”, probeert Agnes om het gesprek een andere wending te geven. Van Veen heeft op iedereen een kalmerende werking, denkt ze, dus Bob zal zo wel iets kalmer worden. Bob verslikt zich bijna in zijn bakkie zwart en gaat nu nog heftiger te keer, ”Oh die correcte Herman van Veen die in interviews op elke vraag diep moet nadenken omdat ieder antwoord een wijsheid dient te bevatten. Die met die stem die iedereen kan imiteren, nee, geef mij Toon Hermans maar ook al is ie dood!”

Oom Ernst en tante Constance zijn er.

Zij is-in tegenstelling tot wat haar naam doet vermoeden-een klein propperig vrouwtje met uitpuilende oogjes en een zangerige stem. Oom Ernst is een kalende man met een mond dat altijd op lachen staat zodat iedereen denkt dat hij plezier in het leven heeft. Maar dat is slechts een grimas om zijn leed te verbergen. Hij is hypochonder en lijdt daar vreselijk onder. Tante Constance is thuis veel aan het woord en praat bij voorkeur over ziektes die een mens kunnen treffen. Doordat ze een melodieuze stem heeft krijgen de vreselijkste ziektes iets van een lichte verkoudheid. Ze kijkt ook graag naar medische programma’s waarbij ze herhaaldelijk ”Het zal je maar gebeuren, het zal je maar gebeuren!”roept. Ernst wiens lijden dan ondraaglijk is geworden na het zien van de open lichamen vlucht naar zijn hobbykamer om zich daar aan zijn vooroorlogse lucifermerken te wijden. ”Jij blijft ook nooit eens gezellig zitten”, roept ze hem dan na.

Oom Joop is er tenslotte.

”Oom Joop lust nu zeker wel een borreltje?”

Ja, dat lust oom Joop wel. Hij zit met trillende handen op het puntje van zijn stoel. Oom Joop heeft een paarse kop met waterige ogen. Hij mag voorlopig niet meer autorijden nadat hij op een polderweggetje de pop van een meisje uit haar handen heeft gereden. Omdat hij stomdronken was wist hij niet of hij het meisje of de pop had geraakt. Hij bleef in shock een kwartier lang in de auto zitten tot de politie arriveerde. Het meisje was hevig geschrokken naar huis gerend, maar dat wist hij niet.

Els loopt naar de keuken en schenkt een dubbele klare in. Als ze het bij terugkomst aan hem overhandigd ledigt hij het glas in één teug. Zijn handen trillen niet meer en de rust lijkt in hem weergekeerd. En dan volgt het onvermijdelijke, iedere keer weer.

”Kennen jullie die van die twee die naar Parijs gingen?” Niemand geeft dan antwoord omdat hij dat altijd zelf geeft. Sanne het achternichtje van Els dat voor het eerst aanwezig is en met haar pop speelt kijkt naar hem op en zegt: ”Ze gingen niet.”

Oom Joop krimpt ineen en verbergt zijn gezicht in zijn handen.

Het wordt stil in de kamer.

JAN -THE CANALPARADE (SLOT)

”Ja, je moet toch wat als je alleen bent,” zegt Jan als hij een slok van zijn tweede kop koffie neemt. We zitten in het kroegje De Vergane Glorie, een toepasselijke naam die de vaste bezoekers eer aandoet.

”Naast Facebook kijk ik soms tv,” vervolgt Jan. ”Vorige week was de canalparade en hoewel ik best van een feestje hou ben ik niet zo van de feestende mensenmassa’s. Dat wil niet zeggen dat ik tegen homo’s ben, maar is het nou nodig om je stengel zo pontificaal te showen in een veel te strak broekje? Als ik dat op straat zou doen zou Ellie Lust me zeker aanhouden  Ook waren er vrouwen die met hun borsten stonden te zwaaien met aan hun tepels linten. Dat zou Ellie nooit doen. Ze stond ook op die boot maar keurig in uniform zoals het hoort. Heb je ook gekeken?”

”Niet naar de canalparade zelf maar wel naar de samenvatting.”

”Nou ja, dan heb je er in ieder geval iets van meegekregen. Dat tongzoenen van die kerels vind ik ook niks. Staan ze ongegeneerd dat lap vlees in de mond van een gozer te proppen. Ik zie dit André van Duyn niet doen, althans niet in het openbaar.”

”Ik zie het hem dat ook niet doen,” moet ik toegeven.

”Nee, daar is hij veel te degelijk voor. Hij praat ook niet lijzig zoals sommige doen. Maar weet je wat grappig is? Als je de volgende keer weer naar die canalparade kijkt moet je het geluid afzetten. Dat hossen zonder muziek is een potsierlijk gezicht. Dan zie je ze bewegen maar op wát eigenlijk. Vrijheid blijheid is mijn motto dus laat ieder maar doen wat ie wil doen als je er een ander maar niet mee lastig valt. En wat betreft die knop op de tv, nou die gaat vaak om. Ik kan niet meer tegen die ziektes waar ze het iedere keer over hebben. Het lijkt ook of er steeds nieuwe bij komen. Ook het journaal sla ik regelmatig over. Rokende puinhopen, wanhopige mannen en vrouwen, en kinderen die huilend de camera inkijken met hun lievelingsknuffel stevig tegen zich aangedrukt. Nee, er is weinig leuks meer op tv, behalve als de canalparade komt. Het geluid af en genieten maar!”

JAN

Jan is een wat oudere man die in het kroegje ”De Vergane Glorie” tegenover me is gaan zitten. Jan is een praatgraag terwijl ik meer tot de luisteraars behoor. Jan steekt dan ook meteen van wal

”Ach, ik ben alleen en wat doe je dan om wat gezelschap en afleiding te hebben? Dan ga je op Facebook, daar zitten veel alleenstaanden maar ook huwelijken waarin men het zat is om tegengesproken te worden want op facebook is men altijd lief voor elkaar.  Zit jij op facebook?”

”Ja, ik zit ook op Facebook.”antwoord ik.

”Leuk is dat hé,” vervolgt Jan, ”je maakt nog es wat mee.” Zo heb ik meer vriendinnen dan vrienden. Ik denk dat het komt omdat de mannen sufgeluld zijn. Die zijn gaan vissen of zitten in de kroeg, de vrouw zit op Facebook omdat ze wat gezelligheid wil. De dames hebben bijna allemaal poezen. Grote, kleine, dikke, kale en bejaarde en niet te vergeten grappige, maar gefrustreerde zijn er ook

gefrustreerde poes

Soms als een poes jarig is feliciteer ik, en als er een dood is condoleer ik. Zo blijf ik maatschappelijk betrokken.

”Maatschappelijke betrokkenheid is mooi,” antwoord ik.

”Ja, ik vind Facebook leuk, vervolgt Jan, ”en discussieforums ook, maar waar ik me aan erger daar zijn de domme reacties die me doen beseffen dat het slecht gesteld is met het IQ van veel mensen. Ik kan de verleiding dan niet weerstaan om een snedige opmerking te maken. We maken allemaal weleens een taalfout maar dat wil nog niet zeggen dat iemand dan ook dom is. Zo reageerde ik bij een man die kritiek had op iemand die een goed inhoudelijke stuk had geschreven maar met een taalfout, als volgt: ”Als je een stok wil slaan is er altijd wel een hond te vinden.” Nou, zoals je zult begrijpen had hij daar niet van terug.”