TRIANGEL

Zoals u wellicht in mijn vorige verhaal gelezen heeft was Hannes totaal van slag over het feit dat Marie Ketelaar niet voor hem maar voor de man met de triangel viel. Of het iets geworden is tussen die twee? Ik heb werkelijk geen idee. Er zijn uiteraard meer mensen die dit prachtige instrument met de vele mogelijkheden bespelen, zo ook de heer van Dorregeest: 

Meneer van Dorregeest was als kind al bezeten van het mooiste instrument dat er bestaat n.l. de triangel. Een triangel is een verbogen stuk ijzer in de vorm van een driehoek. Het is familie van de slaginstrumenten en de bespeler ervan is een percussionist. Dit staat in de omschrijving van het instrument en meneer van Dorregeest is daar heel blij mee.

Meneer van Dorregeest behoort tot die types die graag interessant doen zonder een echte prestatie te leveren. Je hebt ook automobilisten die als je hen vraagt in wat voor auto ze rijden niet gewoon zeggen: ’’Ik heb een Volvo’’ maar roepen: ’’Ik rijd een Volvo GTI 4wheeldrive Injectie.’’ Een hele mond vol, je hebt tenminste iets mee te delen. Meneer van Dorregeest is ook zo’n type, zij het wat onschuldiger want hij bezit geen rijbewijs doch slechts een triangel om interessant over te doen. 

‘’Ik speel in een orkest,’’ zegt hij met graagte op verjaardagen. ”Ik bespeel een slaginstrument, ik ben een percussionist.’’ Als hij dat vol trots verteld heeft gaat hij achterover leunen en er speelt er een lachje om zijn mond. Laatst vroeg iemand. ’’Maar wát voor slaginstrument bespeelt u dan precies?’’ Als door een adder gebeten veerde hij op want niemand had er ooit precies naar gevraagd. ’’Het taartje is verkeerd gevallen,’’ stamelde hij met een rood hoofd, ‘’ik wil de boel hier niet onderkotsen, ik ga er vandoor. Een fijne verjaardag verder.’’

Gehaast was hij naar huis gefietst, verbolgen over het feit dat deze man het naadje van de kous wilde weten.

De triangel is het perfecte instrument voor meneer van Dorregeest. Hij is lui, houdt niet van zwaar tillen en kan geen noten lezen. ’’Moet ik noten kunnen lezen?’’ had hij bij zijn sollicitatie gevraagd. Degene die hem aannam was schuddebuikend van het lachen onder zijn bureau gerold, ’’Beste man er zit maar één toon op een triangel, je hoeft alleen maar op een teken van de dirigent te wachten.” Toen de man blauw aanliep had van Dorregeest hulp willen inroepen maar deze klauterde na een hoestbui weer op zijn stoel en zei: ’’Dit is de allermooiste dag van mijn leven’’.

In het orkest valt meneer van Dorregeest uit de toon (om in het jargon te blijven). Als er tijdens de repetities over partituren, mollen kruizen fortissimo en allegro wordt gesproken zit hij er versuft bij als een kind dat voor spek en bonen meedoet. Hij heeft geen idee waar het over gaat. Soms plagen ze hem en zeggen: ’’Je moet een kruiswoordpuzzel op je muziekstandaard leggen, dan heb je tijdens de uitvoering iets te doen.’’ Dan zegt van Dorregeest niets terug want diep van binnen weet hij dat het waar is.

De uitvoering vergt geduld van de bespeler van dit instrument maar deze eigenschap bezit van Dorregeest in ruime mate. Soms zijn er uren durende muziekstukken waarbij hij  slechts twee keer op de triangel hoeft te slaan. Hij zit er roerloos bij en wacht op het eerste teken van de dirigent. Als hij die krijgt staat hij op en bij het tweede teken geeft hij een tingel, om vervolgens weer te gaan zitten. De rest speelt zich uit de naad verder maar van Dorregeest voelt zich even diep gelukkig, vooral als hij precies op tijd is. Op het eind van de uitvoering neemt hij de staande ovaties in ontvangst en maakt diepe buigingen naar het publiek. Dit is zijn allermooiste moment, er stroomt een diep geluk door hem heen. Na de ovatie volgt – zoals gebruikelijk- de toegift.

De dirigent vraagt of van Dorregeest naar voren wil komen.  

HANNES

Hannes is niet meer, hij is dood, in zijn slaap overleden.

Hannes was een grote kerel, goedmoedig met humor en een beetje filosofisch. Hij zei soms dingen die een diepere beschouwing behoefde en had het type humor dat bij mij een vreemd soort huppel in het middenrif veroorzaakte. Eén van die huppels ervoer ik toen hij vertelde over het afscheid bij zijn baas. Hannes lag regelmatig in de clinch met hem, maar toen hij eruit ging moest er toch wat georganiseerd worden want dat hoorde nou eenmaal zo. Er werd een zaaltje vrijgemaakt voor ”de grote dag.”

De collega’s namen plaats en de baas verscheen even later. Deze hield een huichelachtig mooie toespraak met hier en daar wat subtiele opmerkingen. Toen hij klaar was vroeg hij Hannes wat hij voelde op deze gedenkwaardige dag.

”Ik voel in het geheel niets,” was zijn antwoord.

Hoe het verder is gegaan weet ik niet en wil het ook niet weten. Ik zag dat beeld voor me. Die grote kerel, de entourage, de gebakjes op tafel, de collega’s, de baas die wachtte op een mooi passend antwoord en dan die opmerking.

Ik heb laatst een kunstwerk van hem gekregen. ”Wil jij hem? is gekocht op de rommelmarkt maar toen ie hing vond ik het net een vrouw die met kousen aan voorover gebukt op haar knieën zit.” In eerste instantie zag ik dat niet maar eenmaal in mijn kamer opgehangen leek het er inderdaad op. Nu hangt ie in het zijkamertje, ik heb geen zin om constant tegen een gebukte vrouw aan te kijken maar doe hem ter nagedachtenis niet weg.

Maar niet alles was beschouwelijk en humoristisch in het leven van Hannes, die ooit bij het Leger des Heils de grote trom bespeelde. Boemketel Hannes werd hij genoemd, maar is daar weggegaan omdat hij verliefd werd op Marie Ketelaar. Zij zat schuin voor hem en bespeelde de fluit waar hij geobsedeerd naar keek. Haar prachtige mond wiens lippen de fluit omklemde deed hem menigmaal vergeten de trom te slaan als een muziekstuk dat vereiste. Op een dag toen hij weer één van zijn fantasieën had hield hij het niet meer en klampte Marie in de pauze aan. ”Ik ben verliefd op je,” zei hij zonder omweg want van slap ouwehoeren hield hij niet. ”Het spijt me,” was haar antwoord,  ”ik val op de man met de triangel alleen weet hij dat nog niet.”

Totaal van slag was hij, dat was nog niet eerder voorgekomen sinds hij de trom bespeelde. Hij is nog één keer terug geweest om daarna het pand met stille trom te verlaten.