CORONA

Het zou een autotype kunnen zijn. Als merk van een ijsje zou het ook niet misstaan, maar zo onschuldig als het klinkt is het niet. Een nietsontziend virus trad de wereld binnen en heeft velen het leven gekost om van de zieken nog maar te zwijgen, en we zijn er nog lang niet. De aangescherpte regels zijn inmiddels duidelijk. Bestrijden kan alleen met grote discipline. In het begin zal dat nog gaan maar duurt het te lang dan zal ongetwijfeld nonchalance intreden waardoor het sluimerende virus opnieuw de kop zal opsteken. De ramp zal dan nog groter worden. Dit vooral in landen waar debiele leiders het voor het zeggen hebben.

Doemscenario

Aan doemscenario’s denk ik liever niet maar het zou kunnen dat overheden het niet meer in de hand hebben. Dat mensen naasten massaal zien sterven en denken: Laat ik maar genieten van het leven zolang het nog kan. Rampspoed zal het gevolg zijn. Rijkgevulde schatkisten gaan een tijd mee maar zijn niet onuitputtelijk. Aan een horrorscenario waarbij geplunderd wordt en overheden niet meer bij machte zijn in te grijpen moet ik niet denken.

Zo zou het kunnen gaan, maar laten we niet wanhopen. Er is- zoals gebleken- ook veel goeds in de mens. Zorgpersoneel dat moet vechten voor een normaal salaris krijgt nu pas de waardering die ze verdienen. De waardering van het kabinet, welteverstaan want wij hadden die waardering allang. Verder zijn er veel hartverwarmende initiatieven van gewone mensen en artsen doen hun uiterste best om een oplossing voor dit vreselijk virus te vinden.

Het dagelijks leven.

Een vrouw loopt me tegemoet en neemt meteen afstand zodra ze dichterbij komt. Ze groet me verontschuldigend, ik groet terug als teken dat ik het begrijp. Ik moet een winkelwagentje nemen bij de supermarkt. Normaal doe ik dat niet omdat ik als alleenstaande aan een mandje genoeg heb. Het is bedoelt om afstand te bewaren, begrijp ik. Achter de kassa zit het anders zo vrolijke meisje dat me altijd goedemorgen wenst timide te wezen en wenst me dat deze keer niet. Ze zit duidelijk te balen dat ze achter plexiglas de klanten moet helpen. Bij de uitgang staat een medewerker te waarschuwen dat we op afstand van elkaar moeten blijven.

Een samenvatting ontbreekt deze keer. Er valt niks samen te vatten omdat de crisis nog in volle gang is. Het ga u allen zeer goed en tot later.

BAKKER BARENDS

Van de week dacht aan tante Greet. Op mijn verjaardag bracht ze altijd een reep mee. Het was een flauwe melkreep, maar als kind hield ik al van puur. Altijd die reep dus behalve op die ene verjaardag.

Uit haar tas kwam ditmaal een groter pak en mijn hart begon sneller te kloppen want ik hield van grote cadeaus en van de sensatie dat ik niet wist wat er in zat. Dit kon overduidelijk geen reep zijn, daar was het pak te groot voor. Snel scheurde ik het papier eraf, maar toen ik het uitgepakt had zag ik tot mijn grote teleurstelling dat het een boek betrof. Met boeken had ik toen nog niet veel.

De titel luidde: ”Bakker Barends vindt petroleum.”

”Dank u wel tante,” zei ik beleefd met de leugenachtigste lach die ik als kind kon opzetten en bladerde er zogenaamd belangstellend in. ”Ik zal het met plezier lezen tante!” Het was mijn eerste echte boek maar de titel maakte niets in me los.

Het interesseerde me geen moer dat bakker Barendse petroleum vond, bovendien vond ik dat een bakker broden moest bakken en niet naar petroleum moest te zoeken. Een petroleumboer gaat ook geen broden bakken, leek me.

Ik heb het geprobeerd te lezen want ik wilde weten waar het over ging. Als tante de volgende keer zou vragen: ”Hoe ver ben je al?”, dat ik haar dan toch antwoord kon geven en niet begon te stotteren omdat ik het niet wist. Liegen tegen een volwassene durfde ik niet. Ik probeerde het dus om die reden te lezen maar het lukte niet, ik kwam niet verder dan bladzij 3 om het daarna weg te leggen.

Een paar weken na mijn verjaardag overleed tante. Ik vond het erg, maar was ook opgelucht. Erg omdat ze nooit meer op mijn verjaardag zou komen en opgelucht omdat ze me niet kon overhoren hoe Bakker Barendse op het idiote idee was gekomen om naar petroleum te gaan boren. Want om het te vinden moet je toch eerst boren. Of stond ie gewoon in het Rozenperkje van zijn tuin te schoffelen toen ie ineens olie zag opborrelen. We weten het niet.

Achteraf gezien spijt dat ik het toen niet gelezen heb want Bakker Barends roept de nodige vragen op. Zo vraag ik me af of de petroleum het vinden waard was. Was het slechts een vingerhoedje vol of moest er een ja- knikker aan te pas komen om de boel op te pompen. Zo ja dan is er een grote kans dat hij rijk geworden is, mits handig gespeeld want de grote oliemaatschappijen zouden zeker klaar gestaan hebben om dat met juridische procedures te verhinderen.

Een eenvoudige bakker kan daar niet tegenop dus is de kans groot dat hij teleurgesteld na zoveel tegenwerking gewoon broden is blijven bakken. Kortom, vragen alom. Ik had graag de afloop geweten, maar gedane zaken nemen geen keer. Het wel en wee van Bakker Barends zal altijd een raadsel blijven.

SOCIAAL LEVEN

Jan en Miep zitten op Facebook. Jan doet het erbij maar Miep ziet het als haar hoofdtaak waardoor ze het huishouden verslonst. Ze doet in huis vrijwel niets en zit- zoals Jan dat noemt- maar te chatten achter dat ding want Facebook is het medium dat al haar aandacht opeist. De keuken soppen, de magnetron ontvetten en het tapijt zuigen doet Jan alleen als het uit de hand loopt want hij onderhoudt óók de tuin, en dat is als rugpatiënt nog een hele opgave.

Veel is er niet meer tussen die twee. Miep probeert soms iets aardigs tegen Jan te zeggen maar hij reageert daar amper op. Jan op zijn beurt zegt alleen het hoognodige tegen Miep dus om wat aandacht te genereren was het voor haar belangrijk om een Facebookaccount aan te maken.

Maar ja, je moet toch wat te melden hebben.

Veel te vertellen heeft ze niet maar toen ze op een namiddag besefte dat haar smartphone ook foto’s kan maken besloot ze zich daarin te verdiepen. Een onderwerp was gauw gevonden en lekker dicht bij huis namelijk de tuin. Haar eerste paar foto’s stelde niks voor. Een verrotte paardenbloem, een half vergane paddenstoel, een lamlendige brandnetel en nog wat onbeduidendheden. Nou was er ook weinig te zien. Jan zou nog heel wat moeten doen voor je van een mooie tuin zou kunnen spreken. Rotzooi opruimen, spitten en zaaien maar na maandenlang geploeter stond de tuin er- dankzij Jan- mooi bij. Miep had zich ondertussen verder bekwaamd in de fotografie en zag de tuin onder de handen van Jan opbloeien. Ze maakte veel foto’s en pronkte met de tuin die Jan zo zorgvuldig had gecreëerd. De reacties stroomden binnen

”Goh, Miep, wat een mooie tuin heb je meid!”

Ja, het is mijn trots, ik ben er dan ook erg blij mee!!”

‘Kan me voorstellen, zou ik ook zijn als ik zo’n mooie tuin had.”

Het steekt Jan dat alle eer van zijn werk naar haar toegaat en heeft uit nijd overwogen zijn account op te zeggen maar het- ondanks zijn ergernis- toch niet gedaan. Hij vermijdt nu haar posts maar leest zo af en toe hoe het met de kleinkinderen gaat want die ziet ie bijna niet meer. En verder is er een eenzame vriend die hij soms virtueel bezoekt. Maar de tuin is zijn hobby waar hij veel aandacht aan besteed. Zolang het nog kan tenminste